
Paulette Prins
Dopen, dat hoefde niet voor mij. Ik was immers al gedoopt. Zelf had ik het niet kunnen plaatsen, maar het is zoals Paulus schrijft: Ik ben gestorven met Jezus en heb een heel nieuw leven gekregen. Gestorven, omdat ik niet wakker kon worden. Met Jezus, omdat ik het niet had kunnen helpen aan Hem te denken. En een heel nieuw leven, omdat ik genas en wist: Dit leven is niet voor mijzelf, het is voor God.
Wat Hij deed voor mij is me zo kostbaar, daar wilde ik niet aankomen, dat wilde ik niet nadoen. Tot ik mocht voelen dat dopen mijn antwoord op Zijn uitnodiging zou zijn, dat het als een zichtbaar gebed zou zijn. Toen wilde ik het wel, en zo graag.
Hij liet me de dag zien waarop mijn leven veranderd was. Met dat totaal wanhopige moment, toen ik nog geen idee had dat Hij het was die sprak of wat Zijn woorden zouden betekenen. Er waren zeven jaar voorbijgegaan, zeven jaar precies, tot op de dag. Helemaal niets kan ik afdoen aan wat Hij doet. Ik kan alleen maar van Hem houden, vol ontzag voor Hem zijn en zeggen: Heer, mijn leven is voor U.

