
Romy Van Kan
Ik ben opgegroeid in een warme familie, maar mijn leven begon niet eenvoudig. Mijn vader was vaak afwezig, en dat bracht veel verdriet en onbegrip bij mij. Als kind voelde ik me vaak boos, verdrietig en onbegrepen. Toch waren er ook mooie momenten. Mijn opa en oma namen me vaak mee naar de katholieke kerk, de Mariakerk in Hoogvliet. Daar mocht ik helpen in de kinderkerk, psalmen lezen en na de dienst meehelpen in de koffiezaal. Dat waren mijn eerste kleine ontmoetingen met God, al wist ik dat toen nog niet.
Toen mijn opa ziek werd, stopten we met naar de kerk gaan. Mijn oma voelde zich in de steek gelaten door de gemeenschap waar zij en mijn opa veertig jaar voor klaarstonden. Dat raakte mij diep en bracht teleurstelling en afstand. Langzaam dreef ik af van het geloof dat ooit in mijn hart was gezaaid.
De jaren daarna waren zwaar. Ik kwam terecht in crisisopvang en gesloten jeugdzorginstellingen, omdat ik moeilijk met mijn emoties kon omgaan. Ik voelde me verloren, alleen en boos op alles en iedereen. Ik had verdriet dat ik niet kon uiten, en ik begon te denken dat God mij vergeten was als die er zou zijn.
Er kwamen nog meer verliezen: mijn kindertijd-hondje stierf, de broer van mijn vader overleed plotseling, ik werd verkracht en ik mocht niet terug naar school. Ik voelde me opgesloten — in instellingen, maar ook in mijn eigen pijn. Er was wel een geestelijk verzorger, maar die leek er weinig zin in te hebben. En op dat moment besloot ik dat ik niet meer geloofde. Want waarom zou God dit allemaal toelaten?
Toen ik ouder werd, ging ik bij mijn opa en oma wonen. Ik begon te werken in de zorg, eerst op niveau 1 en uiteindelijk tot niveau 4 in de psychiatrie. Ik zorgde met liefde voor anderen, maar ondertussen raakte ik mezelf kwijt. In die jaren verloor ik mijn opa, later de tweeling van mijn oma, en toen kwam corona. De zorg werd zwaar, en de pijn van al dat verlies begon ik te verdoven met drank, drugs en toen het weer kon uitgaan.
Ik kwam in verkeerde relaties terecht, werd slecht behandeld, en bleef achter met diepe trauma’s.
Toch dacht ik op een gegeven moment dat ik eindelijk rust had gevonden. Ik kreeg een gezin, een bonusdochter, een lieve hond genaamd Lilly, en ik raakte zwanger van mijn dochter Jazz.
Maar net voor mijn bevalling overleed mijn oma, na een lang ziekbed. Kort daarna werd mijn vader ziek — hij had terminale kanker met uitzaaiingen overal.
Tijdens mijn bevalling ging het bijna mis. Mijn dochter leefde nauwelijks, en ik hield er zelf lichamelijke schade aan over. Alsof dat nog niet genoeg was, koos mijn nicht — die haar hele leven lichamelijk beperkt was — voor euthanasie, en vroeg of ik haar hierbij wilde bijstaan.
Ik raakte uit elkaar met de vader van mijn kind, werd dakloos, en voelde me totaal gebroken.
Ik begon elk weekend te feesten, te drinken en drugs te gebruiken — alles om maar niet te hoeven voelen.
Toen kreeg ik te horen van de gemeente dat een woning niet mogelijk was. Zelfs een groepswoning zat er niet in vanwege mijn jeugdzorgverleden. Op dat moment voelde ik me echt afgewezen.
Een paar dagen later kwam het volgende klap: ik kreeg bericht van de mensen bij wie Lilly, mijn hond, verbleef. Ze konden niet langer voor haar zorgen — het moest stoppen. Dat betekende voor Lilly een leven vol onbegrip en angst, of inslapen.
Een tijd daarvoor kwam Dennis weer in mijn leven. Hij vertelde over zijn geloof en zijn getuigenis, en dat raakte me diep.
Elke keer dat we afspraken raakte ik steeds meer geïnteresseerd en verwikkeld in het geloof waar ik voorheen zo ver vanaf stond
Toen ik hoorde dat ik Lilly definitief kwijt was, omdat ik geen woning had, zat ik bij hem in de auto en was ik ontroostbaar.
Hij zei toen:
“Je hebt alles al geprobeerd, waarom niet bidden? Wat heb je te verliezen?”
Die avond heb ik gebeden — voor het eerst in jaren, misschien wel mijn hele leven
Ik sprak een belofte uit:
“God, als Lilly terugkomt, dan zal ik stoppen met drugs en mijn best doen voor mijn dochter.”
Wat ik toen niet wist, was dat Dennis diezelfde avond ook voor mij had gebeden.
Slechts één dag later kreeg ik een telefoontje van de gemeente.
Ze zeiden: “Er is iets veranderd. U mag dinsdag de sleutels ophalen van een chalet, en er wordt urgentie voor u geregeld.”
Het voelde alsof God ineens alles op zijn plek zette, precies op het juiste moment.
En kort daarna kwam het bericht dat Lilly terug mocht komen.
Ik wist het meteen: dit was geen toeval.
God is echt.
Daar, op dat moment, begon mijn geloof.
Vanaf die dag ben ik drie maanden clean gebleven, en mijn leven begon te veranderen.
Ik ging mee naar de kerk, waar ik prachtige mensen ontmoette.
Die ook een deel van mijn leven zijn gaan uitmaken en waar ik ondertussen veel van heb mogen ervaren en leren
Tijdens een worship and prayer voelde ik Gods aanwezigheid zó sterk,maar ook die van de duivel en een strijd om mij.
Maar gebed van de mensen om mij heen waren sterker dat ik daar werd bevrijd van mijn verslaving — die diep in mij zat te knagen.
Ik voelde me letterlijk lichter, alsof een ketting van me afviel.
Maar ook na dat moment kwam er strijd.
De duivel was niet blij dat ik uit het duister was gestapt.
Ik kreeg last van slaapverlammingen, nachtmerries en aanrakingen.
Dat bracht angst en verdriet, maar ik besloot het niet te verbergen.
Ik besprak het met Ies en Jeanine, en we hebben samen gebeden.
Ik leerde elke avond bescherming te bidden over mijn huis en mijn dochter.
Langzaam nam het af — tot het op een dag helemaal weg was.
Voor het eerst in jaren had ik vrede.
Tijdens The Send hoorde ik getuigenissen die me diep raakten.
Ik viel in de geest en voelde hoe God mijn hart aanraakte.
Daar besefte ik dat ik mensen moest vergeven die mij pijn hadden gedaan.
Dat was niet makkelijk — want waarom vergeven, als je zo veel pijn hebt gehad?
Maar ik heb het gedaan, stap voor stap.
En juist toen begon genezing.
Ik begon te begrijpen dat Jezus al die tijd bij mij was.
Zelfs toen ik dacht dat ik alleen was, droeg Hij mij.
Hij had mij nooit losgelaten.
En nu, op deze dag,maak ik de keus om mij dopen als teken dat mijn oude leven voorbij is.
Ik laat achter wat mij kapot maakte —
de pijn, de schuld, de verslaving, de angst —
en ik kies ervoor om met Jezus te leven.
Ik wil ook eerlijk zijn: het leven met God is niet altijd makkelijk.
Na de doopinformatieavond kreeg ik opnieuw strijd.
Ik kreeg sterk het gevoel dat mijn relatie getest zou worden, of dat er iets met mijn auto zou gebeuren.
Kort daarna kreeg Dennis en ik een auto-ongeluk.
Maar in plaats van dat het mijn geloof brak, maakte het mijn geloof juist sterker.
Ik besefte dat God mij beschermd had.
Ik was niet bang, maar dankbaar.
Want zelfs in dat moment was Hij daar.
Vandaag sta ik hier als een ander mens.
Ik leef in liefde, rust en vrijheid — samen met mijn dochter en mijn hond,
met Jezus in het centrum van mijn leven.
En ik ben dankbaar dat Dennis aan mijn zijde is als getuige van Gods werk in mijn leven.
God heeft mijn puinhoop omgedraaid tot een getuigenis van genade.
Hij heeft mij uit het duister gehaald en naar het licht gebracht.
En ik behoor toe aan Hem. 💧🤍Het

