
Marianne Horlings
Mijn ouders hebben mij als baby laten dopen. Gods naam is daar aan mij verbonden. In geloof hebben ze mij gedragen. Ik ben daar dankbaar voor.
Ik geloof dat God altijd de eerste stap zet. Ons leven lang klinkt Zijn uitnodiging;” IK heb je bedacht en gemaakt. Mijn Zoon had er alles voor over zodat jij bij Mij kan zijn. De weg is vrij, Mijn armen wijd open… wil jij bij Mij zijn?”
Toen ik belijdenis deed rond mijn 18e jaar zei ik voor God en Zijn gemeente;” ja ik wil, ja ik geloof.” En dat was ook zo. En toch ontdekte ik pas later dat God een God is van dichtbij, niet afstandelijk ver weg. Dat God liefdevol Zijn armen naar mij uitstrekt, niet streng en afkeurend met Zijn vinger zwaait. Ik was toen 25, net moeder geworden en erg ziek. Ik kon niets, ik voelde me erg alleen. Toen zei God:” IK BEN er toch!” Er begon een vernieuwde reis met God waarin ik mocht ontdekken wie Hij is en wie ik ben. Ik heb God leren vertrouwen. Inmiddels ben ik 43 en steeds opnieuw ben ik onder de indruk van wie God is.
Twee jaar geleden kreeg ik de indruk dat God wilde dat ik ging nadenken over dopen. Ik heb me daar tegen verzet maar God bleef aanhoudend. Samen met Hem ben ik gaan lezen in Zijn woord. Het gaf me onrust, het schuurde. Het gaf me ook blijdschap en verwondering. Ik geloof dat Jezus de opdracht geeft om, wanneer je gelooft, je te laten onderdompelen in het water van de doop. Dat heb ik nog niet gedaan ook al volg ik Jezus al lang. Ik wil Hem ook hierin volgen.

